NPV

  • Start
  • Stoofperen
  • Inleiding rasbeschrijvingen

Inleiding

Fruitrassen moeten sinds 1 oktober 2012 geregistreerd worden volgens Europese normen. Bij de registratie hoort een rasbeschrijving, waarbij in principe CPVO-protocollen (Communautair Bureau voor Plantenrassen) of UPOV-richtlijnen (International Union for the Protection of New Varieties of Plants) worden gebruikt. Als voldaan wordt aan de eerder genoemde protocollen of richtlijnen volgt toekenning van kwekersrechtrecht en/of toestemming tot de handel in plantmateriaal. Zie voor het volledige document: http://www.upov.int/edocs/tgdocs/en/tg015.pdf

Twee rassenregisters

Alle lidstaten van de Europese Unie moeten een Rassenregister Fruitrassen samenstellen. Onder Richtlijn 2008/90/EG vallen verschillende geslachten en soorten fruit, waaronder de appel (Malus), de peer (Pyrus) en de pruim (Prunus). Voor Nederland moet elk nieuw ras moet worden aangemeld bij de Raad voor plantenrassen (Rvp) waarna het wordt beoordeeld en er een beschrijving van wordt gemaakt volgens bovengenoemde protocollen of richtlijnen voordat het in het Rassenregister Fruitrassen wordt opgenomen.

In Nederland zijn twee belangrijke registers waarin fruitrassen officieel worden geregistreerd. Dit zijn de Naamlijst van houtige gewassen en het Nederlands Rassenregister (NRR).

De Naamlijst van houtige gewassen wordt in opdracht van de boomkwekerijsector samengesteld. De fruitnamen staan hierin apart vermeld; in totaal bevat de lijst 8000 namen van fruitrassen en ruim 300 namen van fruitonderstammen. Het belangrijkste doel van deze naamlijst is om wereldwijd uniformiteit te krijgen in de naamgeving van boomkwekerijgewassen.

Het Nederlands Rassenregister heeft een wettelijke basis en wordt door de Rvp samengesteld. Publicatie van de juiste informatie vindt plaats in het Nederlands Rassenregister (NRR).

Voor beide registers verzorgt Naktuinbouw, de Nederlandse algemene kwaliteitsdienst (vroeger NAKB geheten), de beoordeling van de informatie of beschrijvingen en registratie voor de Rvp. Momenteel staan er in het NRR ruim 1500 toegelaten fruitrassen geregistreerd. Voor meer informatie, inclusief het online raadplegen van het NRR, zie https://nederlandsrassenregister.nl/

A- en B-lijst

Vanaf 1 januari 2017 wordt artikel 17 van de nieuwe Europese fruitrichtlijn van kracht. Hierin wordt een A- en een B-lijst onderscheiden.

In de A-lijst staan fruitrassen met een officiële rasbeschrijving. Deze rassen moeten beschreven zijn volgens eerder genoemde protocollen (E.U.-kwekersrecht), richtlijnen of nationale voorschriften. Kwekers van fruitrassen moeten A-rasbeschrijvingen aanleveren.

In de B-lijst staan rassen met een officieel erkende rasbeschrijving. Deze rassen zijn beschreven op een beperkt aantal punten die ook gebaseerd zijn op de eerder genoemde protocollen of richtlijnen. De B-lijst is alleen van toepassing op rassen die vóór 1 oktober 2012 in de handel zijn gebracht. Als Pomologische verenigingen hun rassen geteeld en verhandeld willen hebben dan is registratie en beschrijving van het ras verplicht. Voor Nederland is afgesproken dat de NPV B-rasbeschrijvingen zelf gaat maken en aanlevert bij Naktuinbouw.

Naktuinbouw kan beide categorieën rasbeschrijvingen erkennen waarna certificering volgt. Alleen de rassen in de A-lijst kunnen door Naktuinbouw als teeltmateriaal gecertificeerd worden. De rassen in de B-lijst kunnen uitsluitend als CAC-materiaal verhandeld worden. CAC is een wettelijk vastgelegde kwaliteitsaanduiding voor fruitgewassen vastgelegd in de EU Richtlijn 2008/90. CAC staat voor ‘Conformitas Agraria Communitatis’. Het materiaal is op basis van visuele inspectie voldoende raszuiver en nagenoeg vrij van ziektes en andere gebreken. Voor het vaststellen van de raszuiverheid wordt een minimaal officieel erkende beschrijving gebruikt (een zg. B-beschrijving). CAC- materiaal van fruit is bestemd voor de semiprofessionele markt en amateurmarkt. Voor de professionele markt worden hogere eisen gesteld aan gezondheid en raszuiverheid; hier wordt doorgaans zg. ‘gecertificeerd materiaal’ gebruikt.

Naamgeving van fruitrassen

De naamgeving van fruitrassen is een ingewikkelde zaak. Vooral bij oude fruitrassen komen veel synoniemen voor, soms enkele tientallen. Zo heeft Kleipeer vele streeknamen. Omgekeerd hebben verschillende rassen dezelfde naam gekregen, zoals Pondspeer, die de voorkeursnaam Catillac heeft. Grote tot zeer grote stoofperen die meer dan 500 gram konden wegen, werden vaak Pondspeer genoemd. Doordat populaire fruitrassen in de loop der eeuwen over Europa zijn verspreid, zijn de namen van oude fruitrassen vaak vertaald. Omdat de oudste naam de voorkeur moet hebben conform de wetenschappelijke richtlijnen, is het vaak moeilijk de voorkeursnaam te bepalen (zoals die ook in de Naamlijst van houtige gewassen wordt vastgesteld en gepubliceerd). Hoewel EU-lidstaten synoniemnamen mogen gebruiken als hun eigen voorkeursnamen, heeft de Noordelijke Pomologische Vereniging (NPV) ervoor gekozen de voorkeursnamen uit de genoemde rassenregisters (NRR en Naamlijst) te gebruiken voor de B-lijst en de synoniemen als overige namen te vermelden. Als de rasnaam van het ras in de beide registers ontbreekt, wordt de rasnaam die voorkomt in de oudst bekende literatuur gebruikt en als dat niet mogelijk is, de meest gangbare rasnaam.


Doel van het stoofperenproject

In de statuten van de oprichtingsakte d.d. 26 juli 1989 van de NPV staat als doelstelling van de Vereniging: het stimuleren en propageren van het gebruik en beheer (onderhoud, restauratie en nieuwe aanplant) van boomvormen en fruitrassen. De collectie oude fruitrassen van de NPV is in 1995 in de Stichting Fruithof Frederiksoord ondergebracht. Behalve de ruim vierhonderd oude appelrassen en ruim 70 pruimenrassen zijn daar meer dan driehonderd perenrassen aangeplant waaronder stoofperen. Omdat het voortbestaan van stoofperen bedreigd wordt, zijn deze als eerste gekozen voor het vaststellen van rasbeschrijvingen voor de B-lijst. Ook kon een tiental handpeerrassen als referentierassen in de eigen collectieboomgaard onderzocht worden. Zie hiervoor de lijst met ruim veertig onderzochte perenrassen in het UPOV-document TG015, p. 31-32.

De doelen van het stoofperenproject zijn het verzamelen, enten en verspreiden van stoofpeerrassen, het publiceren van rasbeschrijvingen en het bevorderen van het gebruik en de toepassing van stoofperen.


Wat zijn stoofperen?

Stoofperen zijn peren die over het algemeen voor gebruik gekookt of gebakken worden. Het vruchtvlees behoudt zijn vorm tijdens het koken en verandert niet in puree, zoals bij een moesappel.

Het betreft de vruchten van het geslacht Pyrus communis L, de Europese peer. Hiertoe behoren de Nederlandse stoofpeerrassen en de handperen die in Nederland niet voldoende afrijpen en daarom gestoofd gegeten worden.

De aandacht voor stoofperen, de commerciële teelt en het gebruik ervan zijn de afgelopen twintig jaar aanzienlijk afgenomen. In 2015 was het areaal stoofperen (80% Gieser Wildeman en 20% Saint Rémy) nog slechts 270 ha; dit is minder dan 1% van de totale oppervlakte commercieel geteeld fruit, terwijl het (na)gerecht stoofperen in Nederland een generatie geleden heel populair was.

Het werd tijd om de stoofperen te redden en… de stoofpeerredders zijn opgestaan. In 2015 is de NPV met het internationale stoofperenproject begonnen. De voorzitter, Tammo Katuin, kreeg tijdens Europom 2014 in Hamburg de vraag of hij een lezing wilde geven over stoofperen. Een jaar en grondige voorbereiding later maakte het project een vliegende start bij het 14e. Internationales Pomologentreffen in Landshut (Beieren, Duitsland).

In de Algemene Ledenvergadering van de NPV in het voorjaar van 2016 hebben enkele bestuursleden het stoofperenproject met een PowerPointpresentatie toegelicht waarna het project de instemming van de daar aanwezige leden kreeg. In het voorjaar van 2016 zijn 200 boompjes geënt van 40 verschillende rassen. Bij de rassenkeuze is de publicatie Stoofperen. Rassen en recepten, samengesteld door J. Veel en uitgegeven door de NPV, als leidraad gekozen. Het enthout is afkomstig uit de eigen collectie of ter beschikking gesteld door enkele enthousiaste leden.


Uitgebreide rasbeschrijving

Vruchtherkenning en beschrijving van oude fruitrassen is moeilijk. Vooral het determineren van peren is bijna onmogelijk, omdat veel uiterlijke kenmerken van peren kunnen variëren binnen het ras. Vruchten van één boom kunnen er verschillend uitzien aan diverse kanten van de boom. Bovendien kan het uiterlijk van de vruchten verschillen als gevolg van standplaats, klimaat, hoogte (ligging), het weer gedurende het groeiseizoen, grondsoort, voedings- en vochtgehalte van de bodem, het al dan niet uitdunnen van de vruchten, de leeftijd van de boom, de boomvorm en de onderstam. Dit alles kan grote verschillen in vorm en formaat van peren veroorzaken.

Rasbeschrijvingen kunnen opgezocht worden in oude literatuur over pomologie. Bestaande rasbeschrijvingen zijn doorgaans beknopte beschrijvingen van uitwendige kenmerken van de vrucht zoals grootte, soortelijk gewicht, vorm, vruchtreliëf, schil, kelk en steel. De beschrijving van de uiterlijke kenmerken van de vrucht volstaat echter niet. Behalve de vrucht moeten (de groei van) de boom, het blad en de bloei onderzocht worden. Hoewel het voor de B-lijst niet verplicht is om een uitgebreidere beschrijving te maken, is daartoe om twee redenen wel besloten.

In de eerste plaats ontbreken veel oorspronkelijk Nederlandse stoofperenrassen in de oude pomologische literatuur. Streeknamen zijn bijna nooit opgeschreven: ze werden mondeling overgeleverd en zijn samen met de gebruikers van dergelijke namen in de vergetelheid geraakt.

In de tweede plaats is tijdens het onderzoek van de stoofperen in de eigen collectie gebleken dat meer invalshoeken kunnen bijdragen aan een correcte determinatie van een ras.


Methode

Per ras zijn tenminste drie en maximaal zes vruchten vergeleken. Deze zijn opgemeten, gewogen en de gemiddelden van maten en gewicht zijn bepaald.

De vijf voornaamste kenmerken waarnaar gekeken werd, zijn:

  • de positie van de grootste diameter van de vrucht (afb. 1)
  • de grootte van de vrucht en het profiel van de zijkant (afb. 2)
  • de grondkleur van de schil
  • het begin van de bloei
  • de eetrijpheid van de vrucht

De volgende afbeeldingen zijn afkomstig uit de Technical guideline Pear (Pyrus communis L.) (TG):

Afbeelding 1: Positie van de grootste diameter van de vrucht.

Verklaring van de termen.

In middle=in het midden, slightly towards calyx=licht toelopend naar kelk, clearly towards calyx=duidelijk toelopend naar kelk.

Afb. 2 : Grootte van de vrucht en het profiel van de zijkant.

Verklaring van de termen.

Concave=hol, holrond; straight=recht, convex=bol, bolrond.

Naast de kelk en de kelkblaadjes geldt de steel bij peren als een belangrijk kenmerk, vooral de stand van de steel. Een peer zonder steel kan niet echt goed gedetermineerd worden. De diepte van de steelholte is beschreven, zie a-b, afb.3. Ook de diepte, zie c-d, afb.3 en de breedte van de kelkholte, zie c-e, afb.3 zijn beschreven.

Afbeelding 3: Diepte van de steel- en de kelkholte en de breedte van de kelkholte.

Er is ook gekeken naar de stand van de kelkblaadjes.

Afbeelding 4: De stand van de kelkblaadjes.

Verklaring van de termen: converging=naar elkaar toe staand, erect=opstaand, spreading=vlak.

Naast de kenmerken van de vrucht zijn ook de vorm en groeiwijze van de boom onderzocht.

Afbeelding 5: Groeiwijze van de boom.

Verklaring van de termen: fastigiate=sterk opgaand, upright=opgaand, semi upright=half opgaand, spreading=breed, drooping=hangend, weeping=treurvorm.

Het blad is ook een belangrijke hulp bij het komen tot identificatie van het ras. Daarom zijn de vorm van de basis van het blad, de punt van het blad en de bladrand meegenomen in de beschrijving.

Afbeelding 5: De vorm van de bladbasis.

Verklaring van de termen: acute=spits, right-angled=rechthoekig, obtuse=stomp, truncate=recht, cordate=hartvormig.

Afbeelding 6: De vorm van de bladpunt.

Verklaring van de termen: acute=spits, right-angled=rechthoekig, obtuse=stomp, rounded=rond.

Afbeelding 7: De vorm van de bladrand.

Verklaring van de termen: absent=afwezig, crenate=gekarteld, bluntly serrate=stomp gezaagd, sharply serrate=scherp gezaagd.

Afbeelding 8: De bladsteel: afstand van de steunblaadjes tot de aanzet van de bladsteel bij de twijg.

Verklaring van de termen: short=kort, medium=gemiddeld, long=lang.

Van ieder ras zijn vier bladeren onderzocht. De lengte en de breedte van het blad en de lengte van de steel zijn opgemeten en de gemiddelde maten zijn bepaald. De vorm van de bladrand is vergeleken met de afbeeldingen in de TG en bepaald.

Foto Blad met steunblaadjes. Bij de Ronde Perzikpeer (rasbeschrijving nog in voorbereiding) is de afstand van de steunblaadjes tot de aanzet van de bladsteel bij de twijg kort.

Foto Blad met lange steel (Triomphe de Vienne, referentieras) en blad met korte steel (Brederode).

Het gemiddelde gewicht van de vruchten is van vlak na de oogst. Vruchten drogen in gedurende natuurlijke opslag. In vijf weken kan het gemiddelde gewicht verminderen met wel 20 procent.

Vruchten kunnen verschillen in gewicht als gevolg van allerlei invloeden, bijvoorbeeld de grondsoort en het voedings- en vochtgehalte van de bodem. Bijvoorbeeld Kleiperen van de Zeeuwse klei kunnen 20 procent zwaarder zijn dan die van het zand in Drenthe.


Eerst stoofperen, dan handperen

Begonnen is met de rasbeschrijvingen van de Nederlandse stoofpeerrassen die genoemd worden in de uitgave Stoofperen van de NPV. Indien deze rassen niet aanwezig zijn in de eigen collectie, worden ze opgespoord en wordt ter plekke informatie verzameld. Vervolgens zijn de buitenlandse handperen die in Nederland niet voldoende afrijpen en daarom gestoofd worden, aan de beurt. Tenslotte worden de handperen – al dan niet afkomstig uit de eigen collectie – volgens dezelfde methode beschreven.


Marianne van Lienden,

Werkgroep Veldwerk van het Stoofperenproject.

Foto’s van de auteur, tenzij anders aangegeven.

Vragen, aanvullingen, op- en aanmerkingen zijn welkom. Stuur deze naar het volgende e-mailadres:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Geraadpleegde literatuur

Arbury, J., S.Pinhey, Pears, Wells & Winter Mereworth, Maidstone 1997.

Banga, Dr. O. red., 10e Rassenlijst 1960.

Berghuis, S., De Nederlandsche Boomgaard, deel 2 Peren en Steenvruchten, Groningen 1868. 

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Fruitgewassen (CRF), 6e Beschrijvende rassenlijst voor fruit 1948.

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Fruitgewassen (CRF), 7e Beschrijvende rassenlijst 1954.

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Fruitgewassen (CRF), 15e Rassenlijst fruit 1975.

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Fruitgewassen (CRF), 17e Rassenlijst fruit 1985.

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Fruitgewassen (CRF), 18e Rassenlijst voor Fruitgewassen 1992.

Dufour, F., Traité complet d’arboriculture fruitière, Vilvorde z.j., 4e druk.

Fruitteelt jrg. 10, 1920, p. 184.

Greeff, H. de, Onze appels en peren, Leiter-Nypels, Maastricht 1905.

Het bestuur der Pomologische Vereeniging te Boskoop, Nederlandsche flora en pomona, deel 2, 1879.

Hoffman, M.H.A., Naamlijst van houtige gewassen, Naktuinbouw, 2016 (www.internationalplantnames.com)

Idema, L., Verdwenen appel- en pererassen, Rivro, Wageningen 1983.

Knoop, J.H., Pomologia, 1758.

Koopmans, W. red., 11e Rassenlijst 1962.

Lauche, W., Deutsche Pomologie. 100 Birnensorten, 1882.

Lijsten, R. en A. Beeftink, Nederlandsche fruitsoorten, 1948.

Maandblad der Nederlandsche Pomologische Vereniging, 1931.

Morgan, J., E. Dowle, The Book of Pears. The definitive history and guide to over 500 varieties, Elbury Press/Chelsea Green Publishing, 2015.

Noort, M. van, Pomologia Batava, 1830, 1862.

Oberdieck,L., Illustrirtes Handbuch der Obstkunde, No. 105.

Petzold, H. , Peresoorten, uitgeverij C. de Vries-Brouwers, Antwerpen/Amsterdam 1986.

Raad voor plantenrassen, Nederlands Rassenregister, https://nederlandsrassenregister.nl/

Rietsema, Dr.I., 4e Rassenlijst voor fruit, 1938-1939.

Royen, L., Saint-Remy en Bellissime d’Hiver, gelijkenissen en verschillen. In: Pomologia 2014, 3, p. 124-125.

Sangers, W.J., De Nederlandse fruitteelt in de 15e eeuw. In: De Fruitteelt 1949.

Veel, J., Stoofperen. Rassen en Recepten, NPV, 2008.

Votteler, W., Verzeichnis der Apfel- und Birnensorten, Obst- und Gartenbauverlag, München 1993, 3e druk.


  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • 1
  • 2
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • 1
  • 2