NPV

  • Start

Startpagina Stoofperen

Inleiding


De afgelopen tweehonderd jaar werden meer dan twaalfhonderd appelrassen en honderden perenrassen in Nederland geteeld. Dit waren meestal hoogstambomen. Bij veel boerderijen stonden een of meer fruitbomen als hoogstam, meestal een appel, peer en pruim. In dorpen werden stoofperen langs wegen aangeplant. De Dokter Larijweg in Ruinerwold (DR) is hiervan het bekendste voorbeeld. Stoofperen sieren deze 7 km lange laan al meer dan honderd jaar. Er staan meer dan duizend perenbomen waaronder tien verschillende stoofpeerrassen.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond in Europa een overproductie aan fruit. De Nederlandse fruitteler kon de concurrentie met het buitenland niet goed aan. Dit was de aanleiding voor de sanering van de fruitteelt. Fruittelers rooiden tegen een vergoeding van de Europese Unie negentienduizend hectare aan oude boomgaarden en plantten daarvoor in de plaats laagstambomen die veel geschikter zijn voor een moderne bedrijfsvoering. De grote verscheidenheid aan soorten en de rijkdom aan smaken dreigden te verdwijnen.


Dokter Larijweg, Ruinerwold

De afgelopen dertig jaar is de belangstelling voor oude fruitrassen teruggekeerd. Ze zijn niet alleen waardevol als cultureel erfgoed en als sieraad van het landschap, maar ook als leefmilieu van flora en fauna. Insecten, vogels en zoogdieren vinden er voedsel en een onderkomen. Ook voor het behoud van biodiversiteit zijn oude fruitrassen als dragers van erfelijke eigenschappen belangrijk, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van nieuwe, resistente rassen.

Stoofperen worden bijna niet meer commercieel geteeld in Nederland. In 2015 ging het slechts om 270 ha, dat is nog minder dan één procent van de oppervlakte fruit van 19770 ha in datzelfde jaar, waarvan 9234 ha perenbomen. Vorig jaar werd ongeveer 80 procent Gieser Wildeman en 20 procent Saint Rémy in de Nederlandse markt gezet. Het aantal perenrassen in 2015 was elf, inclusief bovengenoemde stoofpeerrassen. Conference-handperen vormen met 6974 ha ─ dit is 75 procent ─ de hoofdmoot. Dat er nog stoofperen aangeplant worden, komt doordat deze rassen belangrijk zijn voor de bestuiving van Conference. In bijna twintig jaar is het areaal stoofperen afgenomen van 549 ha naar 270 ha; dit is een halvering.

Het werd tijd om de stoofperen te redden en … de stoofpeerredders zijn opgestaan. Het internationale stoofperenproject heeft een vliegende start gemaakt in Landshut (Duitsland) in november 2015 waar de bedenker van het project, Tammo Katuin, een lezing gehouden heeft over dit onderwerp dat hem na aan het hart ligt. Zie het verslag in het lentenummer 2016 van Pomospost.

Museumboerderij Kampereiland met boomgaard